+31 (0)6 33043496 info@ikzegstop.eu

Terugslaan zonder te slaan

Ik ben kleiner dan mijn leeftijdsgenoten. Altijd al geweest. Ik heb er zelf geen last van, maar enkele kinderen in mijn klas blijkbaar wel. Of ze vinden het in ieder geval de moeite waard om er regelmatig aandacht aan te besteden. Ze maken er vervelende “grapjes” over, ze noemen me mini(on) of stumpie en bovendien lopen ze steevast tegen me aan. Ik had je niet gezien, zeggen ze dan, want je bent ook zoooo klein.

Ik vind dit niet leuk. Natuurlijk niet. Ik heb geprobeerd het te negeren en te doen alsof het me niet raakt. Maar echt verbergen kan ik dat niet. Vooral niet als ze zo hard tegen me aan lopen dat ik val of tegen een muur terecht kom. Er iets over zeggen schiet ook niet op heb ik gemerkt. En het tegen de meester vertellen heeft ook niets opgeleverd. Ze doen het gewoon als hij het niet ziet.

Een paar maanden geleden kwam ik in gesprek met Angela van Ik zeg stop. Ik vertelde haar wat er aan de hand was en dat ik het stilaan beu begon te worden. Maar dat ik vooral onzeker was over wat ik eigenlijk nog zou kunnen doen. Ik vertelde haar eerlijk dat erover praten voor mij geen oplossing was. Want dat horen die vervelende klasgenoten niet, dus waarom zou dat werken? Toch vroeg ze mij om te vertellen over wat er allemaal al was gebeurd en hoe ik me daarbij voelde. Ik moet eerlijk zeggen dat ik er eerst helemaal geen zin in had. Maar toen ik eenmaal begin te vertellen en merkte dat zij echt begreep wat ik bedoelde, vond ik het stiekem toch wel fijn. Ze vertelde me dat ze dit vroeger ook heeft meegemaakt en dat ze begrijpt hoe boos, verdriet en machteloos ik me voel. En toen zei ze tegen me dat praten inderdaad niet altijd genoeg is! Maar, wat dan, vroeg ik?

Ze vroeg me erover na te denken om een cursus zelfverdediging te gaan doen. Ze zei er meteen bij dat het niet de bedoeling was dat ik iemand zou gaan slaan, maar dat ik zou leren meer in mezelf te geloven. En als je in jezelf geloof, straal je dat uit. Ze vertelde me dat ze samenwerkt met iemand die hier heel goed in is. Eigenlijk wist ik niet wat ermee moest doen, maar ik heb er thuis toch met mijn ouders over gesproken. Samen zijn we toen naar een proefles gaan kijken. Wat was dat leuk! Iedereen deed aardig tegen elkaar en tegen mij. Er was helemaal geen stoer gedoe en het viel me meteen op dat de kinderen elkaar allemaal hielpen. In de loop van de les vroeg ik zelfs of ik ook nog even mee mocht doen! Wat was ik toen al trots op mezelf.

We zijn nu enkele maanden verder en ik ga nog steeds iedere week naar die les. Ik heb er heel wat nieuwe vrienden gemaakt. En het klopt inderdaad, mijn houding is veranderd. Natuurlijk niet na een dag of een week, maar inmiddels wel. Ik heb nog nooit geslagen of geschopt, maar toch word ik nu met rust gelaten. Het lijkt wel of ze een beetje bang zijn voor wat ik allemaal kan en ik hoorde vorige week nog van mijn voetbaltrainer dat het leek of ik opeens was gegroeid! Nou, in centimeters helaas niet veel, maar ik sta nu rechtop, trots op mezelf en dát zie je!

Jongen, 13 jaar

Ik mag je wel, maar dat mag eigenlijk niet

Ik zat op de middelbare school. Ik werd gepest door een groep meiden. Bij die groep hoorde ook een meisje dat bij me in de buurt woonde. Iedere dag deed ze mee met de pesterijen. Ze hielp me niet, dat deed eigenlijk niemand. Ik begreep dat niet. Was ik het dan niet waard om geholpen te worden?

Op een dag in de kerstvakantie kwam ik dat meisje tegen op straat. Ze wenste me een fijne kerst. Ik wist niet wat ik hoorde. Ze sprak tegen me. Zonder me uit te schelden of uit te lachen. Ze sprak gewoon rustig tegen me. Dat had ik nog nooit meegemaakt. Eigenlijk wist ik niet hoe ik moest reageren, maar ik wenste haar ook maar hetzelfde. Stel je voor dat ik niets zei of dat ik iets verkeerd zei, dan zou ze vast weer vervelend tegen me gaan doen.

Weet je wat ze toen zei? Ik vind jou eigenlijk best wel aardig. Ik mag jou wel, maar dat mag niemand weten. Want als ze dat horen, gaan ze mij ook pesten. Dus, ik wil eigenlijk best wel eens vaker met jou naar huis lopen of zo, maar dan wel langs een route dat ze ons niet zien. Maar je moet wel begrijpen dat ik op school niet anders tegen jou zal doen.

En zo gebeurde het…. na de vakantie zag ik haar op school en begon ze me keihard uit te lachen om mijn kleren. Ze ging zelfs de anderen opjutten. Ik keek haar aan en wist niet wat ik ermee aan moest. Ik heb maar gedaan wat ik altijd deed. Huilen en me zo snel mogelijk ergens verstoppen in dat grote schoolgebouw. Ik kon niet begrijpen dat iemand een ander zoveel pijn zou willen doen, als je die ander “mag”. Na school stond ze 2 straten verder op me te wachten. Ze deed of er niets was gebeurd. En ik deed dat ook. Want heel even had ik het gevoel dat ik er ook mocht zijn. Ook al was het dan maar even en ook al wist ik dat ik haar niet kon vertrouwen. Bij alles wat ik zei lette ik goed op wat ik zei en hoe, want ik wist dat ze het waarschijnlijk de volgende dag op school weer tegen me zou gebruiken.

Ook al is dat al een tijdje geleden gebeurd, het heeft mijn vertrouwen in andere mensen kapot gemaakt. Ik weet nooit wat ik aan iemand heb en ik ga er altijd van uit dat alles tegen me gebruikt zal worden. Zo heeft zij eigenlijk nog iedere dag invloed op mijn leven. Gelukkig weet ze dat niet. Maar ik vraag me wel eens af of zij ooit nog eens aan mij heeft gedacht? Dat meisje uit de buurt dat ze wel mocht, maar dat ze eigenlijk niet mocht mogen.

Meisje, 15 jaar